Preveweb Medisch Nieuws
bedrijfsgeneeskunde infosite

Brand en nooduitgangen



De blusmiddelen dienen te worden opgehangen en aangeduid met volgende rode pictogrammen (KB van 17/6/97) :

clip_image002brand_en_nooduitgangen010



Een nooduitgang dient te voldoen aan volgende criteria :
de breedte in cm moet gelijk zijn aan het aantal personen die ze moeten gebruiken, met een minimumbreedte van 80 cm.
de deuren van nooduitgangen moeten in de richting van de uitgang opendraaien
schuifdeuren en draaideuren mogen niet als nooduitgang gebruikt worden (behalve in specifieke gevallen).
Het belemmeren van doorgangen door voorwerpen is verboden.
De nooduitgangen worden met volgende groene borden aangegeven :



Richting van een nooduitgang

brand_en_nooduitgangen004


Plaats of richting van een uitgang die gewoonlijk gebruikt wordt; mag slechts gebruikt worden voor uitgangen die ook voldoen aan de eisen van nooduitgangen

brand_en_nooduitgangen006

Richting van een nooduitgang

brand_en_nooduitgangen008

Ruimten die als stookplaats worden ingericht moeten volgens art 52.7.1 van het ARAB voldoen aan volgende eisen : de muren, wanden, vloeren en zoldering moeten een graad van brandweerstand hebben van ten minste n uur, terwijl de deur een brandweerstandsgraad van een half uur moet hebben.
De deuren sluiten automatisch en mogen niet voorzien zijn van een toestel om ze in open stand te houden.


9.1 Evacuatie en alarm

149: Is er een evacuatieprocedure ?

Volgens het ARAB (Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming) moeten onderrichtingen (in voldoende aantal op zichtbare plaatsen die gemakkelijk te bereiken zijn) het personeel inlichten over de gedragslijn die moet gevolgd worden in geval van brand. Dit ondermeer wat betreft de waarschuwing van de directie en van de aangestelden voor de brandbestrijding, de waarschuwing van de bevoegde brandweerdienst, de schikkingen die moeten getroffen worden om het alarm te geven, de schikkingen die moeten getroffen worden om de veiligheid of de ontruiming van de personen te waarborgen, het aanwenden van de middelen voor brandbestrijding die beschikbaar zijn in de inrichting en de te nemen schikkingen om het optreden van de bevoegde brandweerdienst te vergemakkelijken (art. 52.12).
Dit gebeurt concreet door op verschillende plaatsen de instructie ‘ Wat te doen bij brand ‘ uit te hangen.

Op een evacuatieplan kunnen best volgende zaken worden aangeduid: de verdeling en de bestemming van de gebouwen, de aanduiding van de uitgangen, nooduitgangen en evacuatiewegen, de brandbestrijdingsmiddelen, de waarschuwings- en alarmposten, de telefoontoestellen en de waarschuwingstekens. Bij elke wijziging dient de werkgever de plannen aan te passen. De uit te hangen plannen dienen beschermd te worden.


Info – wetgeving

- ARAB art. 52
- Website Adhesia klantengedeelte/basisdocumenten


150: Is er een waarschuwings- en een alarmsignaal?

De werkgever moet waarschuwings- en alarmmiddelen aanbrengen
a) als hij ten minste 50 werknemers tewerkstelt in een zelfde gebouw of in verscheidene naburige gebouwen die een geheel vormen;
b) als het gebouw of het gedeelte van het gebouw dat hij bezet, een lokaal van de eerste groep omvat;
c) of als hij verscheidene verdiepingen van een gebouw bezet.

Onder waarschuwing moet verstaan worden de inlichting gegeven aan bepaalde personen van het bestaan van een begin van brand of van een gevaar.

Onder alarm moet verstaan worden de verwittiging gegeven aan het geheel van de personen, die in een bepaalde plaats verblijven, om deze plaats te ontruimen.

Info – wetgeving

- ARAB art. 52
- Website Adhesia klantengedeelte/basisdocumenten


151: Wordt er jaarlijks een evacuatieoefening gehouden?


De werkgever is ertoe gehouden om jaarlijks een evacuatieoefening te houden. Deze oefening dient om aan te tonen dat de procedures goed werken en gekend zijn. Na de oefening kan men bijsturen.


Info – wetgeving

- ARAB art. 52
- Website Adhesia klantengedeelte/basisdocumenten



9.2 Interventie

153: Zijn de interventiemiddelen duidelijk gesignaleerd ?

Blusapparaat Blusslang Brandmelder


Info – wetgeving

- Codex III hfdst. I afd I
- Website http://www.Adhesia.org


154: Zijn er voldoende brandblusmiddelen?

Voor wat betreft de snelblussers moet men in principe uitgaan van 1 bluseenheid (1 be = 1 snelblusser van 6 kg) per 150 m² en minimum 2 be per niveau.

Het vereiste aantal muurhaspels is zo, dat elk punt van het gebouw door ten minste 2 muurhaspels bereikbaar is, met een minimum van 2 per niveau. Minstens 1 maal per jaar moeten alle muurhaspels in werking gesteld worden
(BVVO - reglementering ).

Beknopt overzicht (voor een concrete keuze vraagt u best advies aan een gespecialiseerde firma)

• Voor de burelen en plaatsen waar voedingswaren aanwezig zijn worden er meestal geen poederblustoestellen aangeraden aangezien deze bij gebruik schade toebrengen aan de computers en de voedingswaren (geeft een enorme wolk bij gebruik); beter zijn CO2- of schuimblustoestellen. Is wel een universeel blusmiddel (ABC);
• CO2-toestellen mogen niet geplaatst worden in kelders aangezien het verstikkend effect , mogen niet gebruikt worden buiten (gas blijft niet ter plaatse door wind), en zijn wel minder effectief dan poeder- of schuimblustoestellen. Geven geen blusschade;
• Schuim is een effectief blusmiddel, maar de blustoestellen mogen niet geplaatst worden op plaatsen waar het kan vriezen (basis is water).


Blusapparaten worden in het algemeen het best opgehangen zodat ze steeds op dezelfde locatie terug te vinden zijn (worden bij onderhoud vlug eens verplaatst,…).


Info – wetgeving

- ARAB art. 52

155: Worden ze periodiek onderzocht?

Het brandbestrijdingsmateriaal moet in goede staat van onderhoud verkeren, beschermd zijn tegen vorst, gemakkelijk bereikbaar, oordeelkundig verdeeld en doelmatig gesignaleerd. Het moet onmiddellijk in werking kunnen gebracht worden
(art. 52.9.2).

Het brandbestrijdingsmateriaal moet geregeld door de werkgever, zijn aangestelde of zijn afgevaardigde onderzocht worden. De data van deze onderzoeken en de vaststellingen die tijdens deze onderzoeken werden gedaan worden in een notitieboekje ingeschreven (art 52.11).
Deze blusmiddelen moeten jaarlijks herkeurd worden (BVVO - reglementering).

Info – wetgeving

- ARAB art. 52


156: Is er een interventieploeg?

De werkgever is verplicht een interne interventieploeg op te richten, die een voldoend aantal personen omvat, geoefend in het gebruik van het brandbestrijdingsmaterieel:
a) als hij ten minste 50 werknemers tewerkstelt in een zelfde gebouw of in verscheidene naburige gebouwen die een geheel vormen;
b) of als het gebouw of het gedeelte van het gebouw dat hij bezet, een lokaal van de eerste groep omvat.

Voor de samenstelling van deze dienst en de manier van werken ervan raadpleegt hij de bevoegde brandweer.

Info – wetgeving

- ARAB art. 52


157: Wordt ze regelmatig opgeleid?

Belangrijk in het geheel is dat de interventieploeg regelmatig wordt opgeleid, temeer om dat de uit te voeren taken logischerwijze geen standaard activiteiten vormen.


Adhesia geeft opleidingen in het kader van brandinterventie. Dit kan zowel algemene vorming zijn als een gerichte opleiding die op maat van het bedrijf worden uitgewerkt.

Info – wetgeving

- ARAB art. 52


9.3 Stookplaats

159: Is de stookplaats conform art 52 (BENOR goedgekeurd + deurpomp,
geplaatst door erkende plaatser en geen stamper ) ?

Ruimten die als stookplaats worden ingericht moeten volgens art 52.7.1 van het ARAB voldoen aan volgende eisen: de muren, wanden, vloeren en zoldering moeten een graad van brandweerstand hebben van ten minste één uur, terwijl de deur een brandweerstandsgraad van een half uur moet hebben. De branddeuren dienen door een erkende leverancier geplaatst te worden. Een automatische bluseenheid op de brander dient voorzien te worden.

De deuren sluiten automatisch en mogen niet voorzien zijn van een toestel om ze in open stand te houden.

Info – wetgeving

- ARAB art. 52.7.1


9.4 Nooduitgangen

161: Zijn er voldoende gesignaleerde nooduitgangen ?

Aanduiding nooduitgang (wordt niet gebruikt als gewone uitgang) Vluchtweg links
Uitgang die tevens dient als nooduitgang (deur draait naar buiten open)
zwart pictogram voor uitgangen die niet aan de eisen van een nooduitgang voldoen (deur draait niet naar buiten open)

Info – wetgeving

- CODEX Titel III, hoofdstuk I, afdeling 1


162: Zijn de doorgangen voldoende vrij om veilige evacuatie toe te laten?

De nooduitgangen dienen te voldoen aan volgende criteria:

— de breedte in cm moet gelijk zijn aan het aantal personen die ze moeten gebruiken, met een minimumbreedte van 80 cm. (vb. voor de evacuatie van 85 personen is de breedte 85 cm)
— de deuren van nooduitgangen moeten in de richting van de uitgang opendraaien
— schuifdeuren en draaideuren mogen niet als nooduitgang gebruikt worden.
— het belemmeren van doorgangen door voorwerpen is verboden.

Info – wetgeving

- ARAB art. 52.5 & 52.5.9 & 52.5.12a & 52.5.12b


9.5 Noodverlichting

164: Is er voldoende noodverlichting ?

De vluchtwegen en uitgangen dienen te worden voorzien van adequate noodverlichting.

Noodverlichting is te voorzien aan:

- Boven elke nooduitgang
- Bij elke verandering van richting
- Eventueel bijkomende noodverlichting op plaatsen waar extra gevaar aanwezig is
- Eventueel bijkomende noodverlichting voorzien indien de afstanden te groot zijn


Info – wetgeving

- ARAB art. 63 bis



165: Wordt deze periodiek gecontroleerd op goede werking?

Stel iemand aan (meest geschikt is de eerste interventieploeg) die op regelmatige basis de goede werking van de noodverlichting inspecteert.

Controle van de noodverlichting in brandregister opnemen.


Info – wetgeving

- ARAB art. 63 bis


9.6 Vuurvergunning

167: Gebruikt men een vuurvergunning ?

Bij het werken met open vlam (werken met open vuur, blanke vlam of hittepunt zoals lassen, snijbranden, solderen, afbranden van verven of vernissen, leggen van bitumen op het dak, ….) dient men gebruik te maken van een vuurvergunning.

Een vuurvergunning op zich wordt niet expliciet verplicht gesteld in de wetgeving, maar het is een handig en veel gebruikt document dat zich situeert in de algemene verplichtingen van art. 52.1.1. van het ARAB.

De vuurvergunning wordt door de interne preventieadviseur opgemaakt en door uitvoerder en afdelingsverantwoordelijke ondertekend dit om ieder begin van brand snel en doeltreffend te bestrijden en om hoe te reageren in geval van een brand.


Info – wetgeving

- ARAB art. 52.1.1.


168: Wordt dit gebruik eveneens gecontroleerd op correcte toepassing?

Het opstellen van de vuurvergunning wordt gevolgd door een verificatie tijdens de werkzaamheden of de opgelegde veiligheidsmaatregelen wel degelijk uitgevoerd worden (onverwachte en steekproefsgewijze controle).

Info – wetgeving

- ARAB art. 52.1.1.

9.7 Derden

170: Werd het advies van de brandverzekeringsmaatschappij gevolgd?

In vele gevallen heeft ook uw brandverzekeraar duidelijke eisen gesteld aan de aspecten inzake brandveiligheid in uw onderneming. Het ik belangrijk dat u deze aspecten opvolgt daar de preventiemaatregelen die men eist gekoppeld zijn aan de brandverzekering. Indien men bepaalde maatregelen eist die u als onderneming niet kan of wenst in te voeren, dan dient u de maatschappij hiervan te verwittigen en te trachten hen te overtuigen dat deze maatregelen moeilijk implementeerbaar zijn of gewoonweg economisch niet aanvaardbaar.

Bv. sprinklerinstallaties, thermisch onderzoek

Adhesia werkt met een externe dienstverlener die 6 Europese brandveiligheidsexperten heeft. Deze personen zijn in staat om u bij te staan wanneer u geconfronteerd wordt met opgelegde maatregelen die u niet kan invoeren. Zij kunnen nagaan of men de eis met reden stelt en of er eventueel aanvaardbare alternatieven bestaan die dezelfde resultaten boeken en waarmee de brandverzekeraar eveneens akkoord mee kan gaan.


171: Werd advies van de brandweer ingewonnen (groep 1 - 2 niveau’s - > 100
wn - gemeentelijke reglementen) ?

Indien meer dan 50 werknemers worden tewerkgesteld, of indien het lokalen van groep 1 betreft of indien er 2 niveaus zijn in het bedrijfgebouw of het bedrijf stelt meer dan 100 werknemers tewerk raadpleegt de werkgever hiervoor de brandweer (art. 52.9.1). De brandweer zal een advies naar brandbestrijding ( middelen, evacuatie, interventieploeg, procedure, … ) formuleren.

Info – wetgeving

- ARAB art. 52